woensdag 26 oktober 2011

(Afl. 74) NADEREND ONHEIL

Schichtig slopen die avond acht mannen en een vrouw over het druk bevolkte erf van boer Braat. Nadrukkelijk onopvallend glipten ze de woning binnen waar boer Braat hen verwelkomde met bier en oude klare. De man met de gleufhoed was al binnen en zat aan het hoofd van de tafel. Argwanend bekeek hij het gezelschap dat ruw aanschoof. Het waren de Hells Angels die eerder mot hadden met het Leger des Heils. De regen striemde steeds harder tegen de ramen en de loeiende wind wakkerde stevig aan. Slechts het flauwe schijnsel van een petroleum hanglamp verlichtte de sombere, duistere koppen.  Drifters hield zijn hart vast bij de aanblik van dit gespuis. Enkele mannen deden hun jasjes uit, stroopten de mouwen en rolden met hun spierballen. De man met de gleufhoed kuchte, waarop een doodse stilte viel. “Wat … wil … dat … tuig … daar … buiten … “. Verwachtingsvol keek men hem aan. “Anarchie … het … tuig … wil … anarchie …”. Boer Braat knikte amechtig mee. “Het tuig wil anarchie,” hijgde hij bevestigend. Heel even keken ze elkaar perplex aan. De meesten, uitgezonderd Drifters, ontging de betekenis van het woord maar ze begrepen wel wat ze er mee aan moesten. “Schoonvegen, dat erf. Waterkanonnen, bullepezen erover, pikhouwelen, mortieren, granaten.” Ze brulden woedend door elkaar heen. “Kernraketten,” schreeuwde boer Braat met overslaande stem.

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl

Oudegrap,  Led Ledelich

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten