woensdag 29 juni 2011

(Afl. 32) EEN VOLK VAN DIEVEN

Ook Barbarella sprong op. “Maak je niet druk, Achmed. Het is een geuzennaam, zoiets als ‘Uileballen allerdorpen verenigt u’!” Zowel boer Braat als Achmed keken Barbarella een beetje sullig aan. “Je weet wel, Geuzen, de Somaliërs van de zestiende eeuw.” Nog steeds begrepen de twee er geen jota van. Boer Braat was gewoon te stom om voor de duvel te dansen en ook Achmed, die nauwelijks oplette tijdens zijn inburgeringscursus, ontging dit ten ene male. “Wij Oudegrappers verdienden ons kapitaal als zeerovers. Daar teerde jouw moeder ook op, boer Braat.” “Wij zijn een volk van dieven, drugsdealers en bankiers!” Trots sloeg Barbarella zich op de borst. De Diplomaat viel bijna van zijn kruk van het lachen. “En jouw moeder, boer Braat, was niet alleen een dievegge, piraat en wittebef crimineel, zij was ook nog eens een hoerenmadam.” Boer Braat trok bleek weg. Iedereen in het dorp wist immers hoe zijn moeder zich over Ira, de voormalige Poolse paaldanseres en prostituee, ontfermde door haar schaamteloos te exploiteren. Ze dwong Ira zelfs om boer Braat op zijn tweeënvijftigste  te ontmaagden omdat geen vrouw, zelfs geen ezelin of geit, zich door hem liet nemen. Na haar geuzendaad zat Ira drie volle dagen en nachten op het toilet en kotste ze haar hele maag leeg tot er niets meer in zat en ze zwarte, witte, gele en pimpelpaarse gal spuwde.

 

Oudegrap, Ledelich

 

 

zaterdag 25 juni 2011

(Afl. 31) UILEBAL

“Dan moet je de rechter in je maar aanspreken,” blafte boer Braat. Het duizelde Krelis. “Ho, ho, Krelis, voordat je al die functies van je door elkaar husselt, zou je de belangrijkste nog vergeten: kroegbaas, Krelis, kroegbaas, en schenk mij als de sodemieter drie dubbele kopstootjes tegen mijn kopknetter,” grijnsde De Diplomaat. Barbarella zat samen met Achmed aan een tafeltje en deed zich te goed aan een pot augurken met een tube Oudegrapse mayonaise. Nog steeds laaiend stiefelde boer Braat op het tafeltje af. Hij zag het silhouet van Achmeds rug in het duistere hoekje. Alleen een straal zonlicht bescheen het bleke gelaat van de hoogzwangere Barbarella. Ook de bovenkant van haar korenblauwe jurk lichtte op. Achmed nam een haaltje van zijn sigaret en blies de dwarrelende rook in de uitwaaierende straal van de zon “Hé, jij.” Boer Braat greep Achmed ruw bij de schouders. “U, heer Braat, u,” repliceerde Achmed gedecideerd. “Jij, jij, jij, jij … uilebal,” schold boer Braat niet wetende wat beters te bedenken. “hu, uilebal, vind ik wel mooi, sprak De Diplomaat. Achmed dacht hier heel anders over en furieus sprong hij op. “Uilebal, ik? Uilebal?!

 

Oudegrap, Ledelich

maandag 20 juni 2011

(Afl. 30) POEN, POEN, POEN, POEN

Boer Braat had een plan bedacht waarmee hij de rechten op de erfenis van zijn moeder alsnog kon claimen. Hij was in de Oude Herberg om Krelis te spreken. Krelis, officier van justitie, advocaat, agent, rechter, burgemeester, hoofd van de vakbond voor aspergestekers en nu ook notaris, moest hem behulpzaam zijn bij het behoud van zijn erfrecht. Met veel misbaar sloeg boer Braat zijn zoveelste klomp stuk op de rand van de bar. Hij eiste het testament in te mogen zien. Hieruit zou blijken dat zijn moeder aan dementie leed. “post mortem,” hij had het woord van De Diplomaat en wist amper wat het betekende maar vond het een even gewichtig als geweldig klinken, “post mortem moet ze gek worden verklaard, van lotje getikt, determeterend, dol, dwaas, krankjorum, mattaklap!” Hij bleef maar rammen, wat hem zijn zoveelste klomp kostte. “Waar heb je dat testament,” brulde hij naar Krelis die op zijn gemak aan kwam sloffen. Krelis snuffelde in de papieren. “Hier, hier staat het.” Krelis sprak nu als advocaat, “je hebt recht op je legitieme portie, daar kom ik als notaris niet onder uit.” “Wat legitieme portie! Ik wil het allemaal! Tot de laatste eurocent!.

 

Oudegrap, Ledelich

 

 

woensdag 15 juni 2011

(Afl. 29) GELUK

Opgewekt stapte Drifters de Oude Herberg binnen. Hij kwam zojuist van de geitenkooi. “Ha, daar hebben we het geitenmannetje,” zo verwelkomde De Diplomaat hem. Gelijk begon Drifters te pruilen. “Jij weet helemaal niks van geiten.” En Drifters stak de loftrompet: “ze zijn trots, kwiek, beweeglijk, eigenaardig, vrolijk, apart en toch inheems.” Hij spreidde zijn armen en zette het op een kwelen: “trots, kwiek, beweeglijk, eigenaardig, vrolijk, apart en toch inheems.” “Zijn ze ook niet een beetje koppig, stug, nukkig, halsstarrig en meer van die kwaliteiten waar ik jou in herken,” treiterde De Diplomaat. “Geitenneuker”, bromde Achmed. “Wat?!” Drifters’ zwaar geblondeerde kuif ging nog verder omhoog staan. Gelukkig klompte boer Braat binnen. Boer Braat wreef zich in de handen. “Ik heb de oplossing. We geven die Nieuwe Oudegrappers toestemming om die uienmoskee te bouwen,” hij grijnsde vergenoegd, “maar alleen krijgen ze geen geld van de erfenis van mijn moeder. Onder de noemer van zelfredzaamheid moeten ze die tent zelf maar van de grond af aan bouwen. Dan zeggen we dat ze daar ook veel gelukkiger van worden.” Boer Braat, die ook een bloedhekel aan de fanfare had, liet gelijk weten dat moeders toelage voor die teringherrie ook maar gestopt moest worden. “Dan gaan ze maar met een mansbakje voor de muziek uit. Noemen we ook zelfredzaamheid en daar beloven we dan ook een portie geluk bij.

 

Oudegrap, Ledelich