Het hele zonovergoten weekend liep er een man over het erf van boer Braat die zich verdacht verdekt opstelde. Hij droeg een grijze regenjas en een gleufhoed. Onder zijn arm klemde hij een exemplaar van dagblad De Waarheid, een camouflagetruc. Soms, als hij ergens ging zitten, vouwde hij de krant open en een oplettend toeschouwer kon daar een gat ter grote van een geitenoog in bespeuren waar de man nadrukkelijk onopvallend doorheen koekeloerde. “Het moet toch niet erger.” mompelde hij herhaaldelijk, wijzende op de vele tentjes die als schuitjes over het erf verspreid lagen. Drifters, aangetrokken door het gat ter grote van een geitenoog, ving de zinsnede op. “U heeft helemaal gelijk, heer.” richtte hij zich tot de man, “zo denk ik er zelf ook over.” De man fronste zijn wenkbrauwen. “U denkt,” vroeg hij schamper. “Het komt allemaal door de verslaving,” baste een grote, dikke man ergens vanuit de verte, huilerig. “Moeders voor een betere wereld,” snerpte een schelle vrouwenstem daar overheen. Drifters deed of hij de man met de gleufhoed niet begreep. “Hoort u dat, iedereen probeert zijn eigen gelijk hier te halen, maar als er eentje hier gelijk heeft dan ben ik dat wel.” Boer Braat liep nerveus enkele meters bij hen vandaan. “Psst, psst,” siste de man met de gleufhoed en hij wenkte naar boer Braat. “Niet hier,” fluisterde boer Braat achter zijn hand, “kom vanavond bij me langs, en jij ook, Drifters.”
Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl
Geen opmerkingen:
Een reactie posten