vrijdag 28 oktober 2011

(Afl. 75) SNODE PLANNEN

“Stilte! Stilte! Stilte!” Woedend sloeg de man met de gleufhoed zijn schoen op de tafelrand. “We doen het anders,” liet hij er fluisterend op volgen. “Zij gaan elkaar te lijf. Wij zorgen ervoor dat zij elkaar te lijf gaan.” Veelbetekenend keek hij de mannen aan die al begonnen te morren omdat ze een mooie knokpartij aan hun neus voorbij zagen gaan. “Nee, nee, luister. Eerst gaan zij elkaar te lijf”. Hij schetste de chaos die daarop zou volgen. “Daarna vormen wij de vrijwillige ordedienst en rammen wij hen het erf af, Oudegrap uit.” Gerustgesteld knikten de mannen. Rammen. Matten. Knokken. Knuisten. Alleen die taal begrepen zij. Wel wilden ze betaald krijgen voor hun diensten. Geen probleem. Boer Braat haalde wat kleingeld uit zijn broekzak en wierp het nonchalant in een hoek van de kamer waarop de mannen elkaar als uitgehongerde hyena’s  te lijf gingen. Na de buit eerlijk verdeeld te hebben slopen ze de deur uit, instructies volgden later. Boer Braat wreef zich de handen en warmde vergenoegd zijn kont aan de kachel. Gechoqueerd keek Drifters hem aan. Wika, toch al chagrijnig omdat ze haar schaamlippen niet zo lang geleden had laten bijknippen tot een playboyvagina terwijl ze net had gehoord dat de laatste mode juist oegandagrote labia voorschreef, kleurde rood van woede. Alleen de man met de gleufhoed bleef er stoïcijns onder. “De middelen heiligen nu eenmaal het doel, of is het omgekeerd?”

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl

Oudegrap,  Led Ledelich

 

woensdag 26 oktober 2011

(Afl. 74) NADEREND ONHEIL

Schichtig slopen die avond acht mannen en een vrouw over het druk bevolkte erf van boer Braat. Nadrukkelijk onopvallend glipten ze de woning binnen waar boer Braat hen verwelkomde met bier en oude klare. De man met de gleufhoed was al binnen en zat aan het hoofd van de tafel. Argwanend bekeek hij het gezelschap dat ruw aanschoof. Het waren de Hells Angels die eerder mot hadden met het Leger des Heils. De regen striemde steeds harder tegen de ramen en de loeiende wind wakkerde stevig aan. Slechts het flauwe schijnsel van een petroleum hanglamp verlichtte de sombere, duistere koppen.  Drifters hield zijn hart vast bij de aanblik van dit gespuis. Enkele mannen deden hun jasjes uit, stroopten de mouwen en rolden met hun spierballen. De man met de gleufhoed kuchte, waarop een doodse stilte viel. “Wat … wil … dat … tuig … daar … buiten … “. Verwachtingsvol keek men hem aan. “Anarchie … het … tuig … wil … anarchie …”. Boer Braat knikte amechtig mee. “Het tuig wil anarchie,” hijgde hij bevestigend. Heel even keken ze elkaar perplex aan. De meesten, uitgezonderd Drifters, ontging de betekenis van het woord maar ze begrepen wel wat ze er mee aan moesten. “Schoonvegen, dat erf. Waterkanonnen, bullepezen erover, pikhouwelen, mortieren, granaten.” Ze brulden woedend door elkaar heen. “Kernraketten,” schreeuwde boer Braat met overslaande stem.

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl

Oudegrap,  Led Ledelich

 

maandag 24 oktober 2011

(Afl. 73) DE MAN MET DE GLEUFHOED

Het hele zonovergoten weekend liep er een man over het erf van boer Braat die zich verdacht verdekt opstelde. Hij droeg een grijze regenjas en een gleufhoed. Onder zijn arm klemde hij een exemplaar van dagblad De Waarheid, een camouflagetruc. Soms, als hij ergens ging zitten, vouwde hij de krant open en een oplettend toeschouwer kon daar een gat ter grote van een geitenoog in bespeuren waar de man nadrukkelijk onopvallend doorheen koekeloerde. “Het moet toch niet erger.” mompelde hij herhaaldelijk, wijzende op de vele tentjes die als schuitjes over het erf verspreid lagen. Drifters, aangetrokken door het gat ter grote van een geitenoog, ving de zinsnede op. “U heeft helemaal gelijk, heer.” richtte hij zich tot de man, “zo denk ik er zelf ook over.” De man fronste zijn wenkbrauwen. “U denkt,” vroeg hij schamper. “Het komt allemaal door de verslaving,” baste een grote, dikke man ergens vanuit de verte, huilerig. “Moeders voor een betere wereld,” snerpte een schelle vrouwenstem daar overheen. Drifters deed of hij de man met de gleufhoed niet begreep. “Hoort u dat, iedereen probeert zijn eigen gelijk hier te halen, maar als er eentje hier gelijk heeft dan ben ik dat wel.” Boer Braat liep nerveus enkele meters bij hen vandaan. “Psst, psst,” siste de man met de gleufhoed en hij wenkte naar boer Braat. “Niet hier,” fluisterde boer Braat achter zijn hand, “kom vanavond bij me langs, en jij ook, Drifters.”

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl

Oudegrap,  Led Ledelich

 

vrijdag 21 oktober 2011

(Afl. 72) CONFLICTEN GESMOORD

“De joden hebben het gedaan,” brulde er een. “Nee, integendeel, de antisemieten hebben het gedaan.” “Nee, nee, nee, nee,” krijste een derde, “het zijn de antisemitische joden!” De bankiers, lees boer Braat, de beleggers, lees boer Braat, en de aandeelhouders, lees boer Braat, kregen het zwaar te verduren. “Maar ik ben helemaal geen jood en ook geen antisemiet,” stamelde boer Braat, “ik ben slechts een arme boer-zoekt-man boer, daarom plagen jullie me zeker mijn eigen erf af?” Wanhopig schreeuwde hij om hulp bij Krelis. Krelis, die nog steeds in tongen sprak, ging bij zichzelf als psychiater te rade en schreef zich enkele oxazepammetjes voor waardoor hij weer wat coherentere zinnen bezigde. Hij wilde de boel bij elkaar houden. Een hele opdracht nog omdat de anarchosyndicalisten met de neoliberalen op de vuist wilden en het Leger des Heils de strijd met de Hell’s Angels aan dreigden te gaan. Een man in een wit gewaad met lange baard en een piepschuimen kruis over de schouder suste de boel. Een slonzig geklede vrouw, met vet, sluik haar, droeg een half kaduke geldkist onder haar arm en een bord rond haar nek waarop ‘het nieuwe bankieren begint hier.’ “Spaarcenten! Stort hier uw spaarcenten voor een veilige toekomst!” riep ze met overslaande stem. Men liet haar maar begaan. Een enkeling stopte zelfs een duit in haar kistje. De meesten echter kwamen met goede intenties en juist dat stemde de heersende klasse, lees boer Braat, zorgelijk.

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl

 Oudegrap,  Led Ledelich

 

donderdag 20 oktober 2011

(Afl. 71) FLUWELEN REVOLUTIE MET RIBRANDJE

De tuin van boer Braat raakte overbevolkt. Kraak liep met een bord 'Ook zonder blazen blowen' rond. Overal stonden tentjes en verschenen de eerste ‘koek en zopies’. Bleek rende boer Braat de Oude Herberg binnen. “Je moet ze paaien. Weggeven. Veel weggeven! Je reputatie verbeteren.” De Diplomaat probeerde boer Braat aan te zetten tot vrijgevigheid. “Je hebt gelijk. Ze moeten van me houden.” Nerveus bleef hij rondjes rennen en stormde weer naar buiten. “Niet bij brood alleen. Pap. Broodpap!” De volgende dag ging hij met broodpap rond. Broodpap van zure melk en oud brood dat zelfs de varkens niet wilde vreten. Karnemelkse broodpap noemde hij het. Drifters die aanhang in het dorp begon te verliezen koos opeens ook de kant van de bezetters waardoor er een vreemde situatie ontstond. De groep waartegen verzet werd gepleegd stond met de bezetters mee te rebelleren tegen zichzelf. Drifters liep nog net niet met een bord ‘Drifters, waar blijft mijn negenentig procent kans op een gratis verblijfsvergunning’. Even dreigde er een opstootje tussen een groep voorstander van vrije geldvergaring en de groep rond Achmed die de rente wilde afschaffen. Gelukkig wist Krelis de boel te sussen. Krelis raakte letterlijk gespleten door de vele functies die hij vervulde en begon in tongen te spreken.

 Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl

 Oudegrap,  Led Ledelich

 

maandag 17 oktober 2011

(Afl. 70) ANARCHIE IN DE TUIN

Door het Decreet van Krelis kreeg Poolse Ira nauwelijks of geen aanloop in haar keurig ingerichte peeskamertje. Alleen Jonas, de man van Stientje, waagde een poging maar werd door Krelis op een heterdaadje betrapt. Ira liet gelijk haar nobele ambities varen en sloot zich aan bij Kraak, Stultus en Achmed die de tuin van boer Braat bezet hielden. Kraak en Achmed, die zich het afgelopen weekend ongans aan de kaalkopjes hadden gevreten, lagen op hun rug naar het hemelgewelf te turen terwijl hun ogen van speldenknopjes naar glazen jampotbodempjes verschoten en weer terug. “Wauw. Vet, man, rete vet, man,” stamelde Kraak die de knalrode kop van de briezende boer Braat voor een vuurspuwende Vesuvius sleet. Het was tamelijk druk op en rond de boerderij. In de Oude Herberg stond Barbarella achter de tap. “Hoe lang moet je nog.” “Drie maanden, Diplomaat.” “Allemachtig, een Jezuskindje.” “Korsakof?” “Hoezo?” “Dit zeg je elke keer.” “Korsakof! Doe me maar iets tegen de kopknetter.” Barbarella schonk in. “Anarchie! Je reinste anarchie,” brulde Drifters die aan een tafeltje met Wika zat. “Waar is Krelis,” zijn stem sloeg over. “Volgens mij is Krelis naar de hoeren.” “Hou jij je er buiten, Diplomaat. Wat!?” “De hoeren, je hoort me toch.” “Nee, ik ben geen hoerenloper, Diplomaat, ik ben juist de beschermer van de gevallen mede-vrouw.” “Ben je niet een beetje te oud en te lelijk voor een loverboy?”

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberghttp://www.lichteberg.nl

 Oudegrap,  Led Ledelich

 

zaterdag 15 oktober 2011

(Afl. 69) BLADBLAZEN

Bladblazen! Oudegrap, nee, het hele land, had een schreeuwende behoefte aan bladblazers. Enkele dagen geleden zorgden die schurftige, overbodige herfstbladeren - ondingen, nergens voor nodig goudgele, dieprode, intrinsiek bruine, vallende, glibbergladglijende lorren -  voor opstoppingen met grote, nadelige gevolgen voor ’s lands economie. Niet alleen verschenen de goedwillende burgers veel te laat op het werk, er waren zelfs employees die met gezin en al het bos in gingen om noten te rapen, bessen te plukken of zelfs paddestoelen te steken. Hierbij combineerden Achmed en Kraak het aangename met het nuttige door zich te concentreren op de paddoos; kaalkopjes om precies te zijn. Boer Braat wilde hier allemaal een stokje voor steken. Achmed, Stultus, Kraak en Poolse Ira moesten het goede voorbeeld geven en bielzen blazen voor hun geld. Op het moment dat boer Braat zijn plan lanceerde, zat Poolse Ira boven bij Krelis, in zijn hoedanigheid van politiecommissaris en burgemeester, op zijn kantoortje voor een intake gesprek als prostituee. “Goh, Krelis, ik hoef nou ook weer niet per se achter het raam, laat me dan minstens mijn oude ambacht van paaldanseres weer op pakken, dat is toch het minste wat ik kan doen in deze tijd van crisis.” Krelis die wilde voorkomen dat men hem in het dorp voor preuts zou slijten, trok bedachtzaam aan zijn denkbeeldige sikje. Hij wilde ook zijn vrouwvriendelijke imago hoog houden. “Goed, jij mag pezen Ira.” Hij stapte naar een kast waar hij een officieel prostitutie-plakkaat vandaan haalde. “Hier, hang dit dan in het raam, en o, ja, laten we je klanten gelijk maar een boete geven als ze je bezoeken, dan beschermen we je toch een beetje.”

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberghttp://www.lichteberg.nl

Oudegrap,  Led Ledelich

 

donderdag 13 oktober 2011

(Afl. 68) BOER BRAAT LEEFT MEE

Kijk als het slecht ging met de wereld dan maakte boer Braat het goed. Hij leende dan, bijvoorbeeld, een tientje van een vriendje en gaf hem daar dan twintig cent rente over. Datzelfde tientje leende hij dan weer uit aan armlastigen als Stultus die daar op hun beurt weer een euro rente over mochten betalen. De taak van boer Braat bestond dan slechts uit het beduimelen van biljetten, toch al een van zijn meest geliefde bezigheden, en het opstrijken van de winst. Kon Stultus niet meer aflossen dan maakte boer Braat daar geen enkel probleem van. Genereus leende hij Stultus dan weer wat geld zodat deze in ieder geval de rente terug kon betalen. Diens schuld steeg dan navenant en zo rentenierde boer Braat van andermans centen. De laatste tijd ging het echter wat moeizamer. Zelfs vriendjes van vriendjes van vriendjes deden moeilijk en wilde hem amper nog iets lenen. Hierdoor kon hij niets meer aan Stultus en de andere arabieren zoals Achmed en Poolse Ira uitlenen, of erger nog, zelfs niet aan De Diplomaat waardoor de drankomzet dreigde te kelderen en Krelis zijn pacht niet meer aan boer Braat kon betalen. Boer Braat echter, bedacht de oplossing der oplossingen; de moeder van alle oplossingen: werkverschaffing! “Dat van die spierballen, beste Stultus, “sprak boer Braat een beetje hijgerig,”dat is wel mooi, maar heb je ook sterke longetjes?” “Iek sterke longen? Iek?” Stultus blies met zo’n kracht waardoor boer Braat zijn krant met beide handen vast moest grijpen om deze niet van tafel te laten waaien. Ook het kleedje en zelfs de gordijnen wapperden. “Goed,”juichte hij,”goed, dat is heel mooi, ik heb werk voor je!”

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberghttp://www.lichteberg.nl

 Oudegrap,  Led Ledelich

 

dinsdag 11 oktober 2011

(Afl. 67) OPRECHTER TROUW

“Vokuh kur vir sente miauw,” stamelde boer Braat nogmaals. Stultus bleef hem niet begrijpend aankijken. “Lul je moerstaal, boer Braat. Of je wat van hem wil drinken,” riep De Diplomaat. “Oh, dat is heel vriendelijk, u zou mij een groot plezier doen met een glaasje port,” antwoordde Stultus die zojuist van zijn inburgeringscursus Nederlands kwam. “Ho, ho, Stultus jij zegt ‘iek wiel wel port’, of anders krijg je niets.” “Ook goed, meneer boer Braat,” antwoordde Stunts onverstoorbaar, “iek wiel wel port.” “Geef Stultus een portje, en doe De Diplomaat ook wat van me, Krelis.” De Diplomaat viel bijkans van zijn kruk. “Ik van jou een drankje? Regent het soms in de hemel?” “Luister, Stultus,“ weer veegde boer Braat met zijn met speeksel bevochtigde vingers over zijn haarlok, “ik wil iets voor je betekenen.” Boer Braat knipoogde vet naar Stultus die nu extra op zijn hoede was. Hij leek misschien wel dom, deed dom, was ook eigenlijk wel dom maar misschien toch ietsje minder dom dan zijn naam deed vermoeden.En behalve voor zijn warme gevoelens voor Stunts, zou boer Braat boer Braat niet zijn als hij ergens weer een geldboompje zag bloeien. En hij zag een hele geldgaard voor zijn geestesoog. “Zou je misschien een extra centje willen verdienen.“ Stunts, die hard aan zijn macho-imago werkte en trots was op zijn viriliteit, hoopte even dat boer Braat werk voor hem had als loverboy. Hij spande zijn spierballen en keek boer Braat diep in de ogen. “Iek goeie man, iek echte man!”

 

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberghttp://www.lichteberg.nl

 

Oudegrap,  Led Ledelich

 

woensdag 5 oktober 2011

(Afl. 66) OUD GELD, NIEUW GELD

Wika kwam Barbarella aflossen. Krelis, kroegbaas, burgemeester, agent, officier van justitie en vakbondsleider van aspergestekers, hield zich de laatste tijd steeds meer onledig met zijn werkzaamheden als fiscaal rechercheur bij de OFID (Oudegrapse Fiscale Dienst). Zijn volledige aandacht ging uit naar boer Braat die steeds meer leek te verdienen en steeds minder belasting afdroeg. “Iets tegen de kopknetter,” vroeg Wika volkomen overbodig aan De Diplomaat die al twee volle picominuten naar zijn lege glazen tuurde. Boer Braat zat verderop aan een tafeltje, verdiept in de Oudegrapse Financiële Tijd. “Stijgen je aandelen een beetje,” riep De Diplomaat treiterend. Boer Braat dook nog dieper in zijn krantje. “Oud geld, nieuw geld, het verdampt allemaal en wat overblijft is ordinair geld, vind je ook niet boer Braat,” sarde De Diplomaat. De toch al rooie kop van boer Braat liep nog roder aan. “Voor jou maakt het allemaal niets uit, jij hebt toch niks!” “Moet je niet zeggen boer Braat, volgens dat krantje van jou gaan we er allemaal op achteruit en dan heb ik weer een beetje minder niks.” Fluitend stapte Stultus, die vandaag schoonmaakdienst in de Oude Herberg had, binnen. Snel maakte boer Braat zijn vingers met speeksel nat en veegde zijn haar opzij. “Geef Stultus wat van mij,” riep boer Braat hees, “kom je even bij met zitten?” Stultus keek hem niet begrijpend aan. Vanwaar al die aandacht voor hem de laatste tijd? Boer Braat haalde een boekje ‘Portugees voor op reis’ te voorschijn. “Você quer vir sentar-se comiao”.  Nadrukkelijk sprak hij elke klinker uit waardoor Stultus er niets van begreep.

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl

Oudegrap,  Led Ledelich

maandag 3 oktober 2011

(Afl. 65) OPRECHTER TROUW

Iedereen trouwde maar, mopperde Barbarella, zelf aanstaand moeder van een vijfling van minstens vijf verschillende vaders. Wat zou ze ook huwen. Drifters, De Diplomaat, Achmed, Stultus en Krelis legden haar voortdurend in de watten. Kreunde ze om ijs, dan stonden er gelijk vijf sorbets voor haar klaar. Wilde ze patat dan kon ze bijkans een eigen snackbar beginnen, zoveel frietjes droegen de mannen dan aan. Maar toch. Ze was toch geen meid van de straat? “Wat jij, Gnomé?” “Ach meid, huwen! Dat is niets voor jou. Dat moet je aan Wika en Fatima overlaten, dan ben je gelijk van Drifters en Achmed af”. Bij het horen van Drifters begon Barbarella te stralen en bij het horen van Achmed keek ze weer bedrukt. Dat ene vluggertje met Drifters kon haar gestolen maar die duizend-en-één nacht met Achmed. Barbarella poetste de glazen. “Je zou met mij moet huwen,” sprak De Diplomaat vermetel. “Daar hebben we hem ook,” zuchtte Barbarella - De Diplomaat, nog zo iemand wiens bedcapriolen ze het liefst zo vlug mogelijk wilde vergeten. Maar dat was moeilijk, al te moeilijk zelfs zo mallotig als De Diplomaat tekeer ging die nacht. Zelf dacht De Diplomaat daar heel anders over. Hij achtte zich zo’n beetje de beste minnaar van het oostelijke – en het westelijke halfrond. “Niet waar, Wika?” Wika die net binnenstapte keek hem niet begrijpend aan.

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl

Oudegrap,  Led Ledelich

zaterdag 1 oktober 2011

(Afl. 64) HUWELIJKSKANDIDATEN

De Diplomaat kon nog wel eens ongelijk krijgen betreffende het huwelijk tussen Wika en Drifters. Misschien zou er zelfs wel een tweede huwelijksbootje gaan. Bakker Mo had Fatima, het nichtje van Achmed, te logeren. En de geruchten gingen dat ze er niet was om geitenwollen onderbroeken voor Achmed te breien. Bakker Mo vond dat zijn roekeloze zoon maar eens moest huwen. Laatst moest hij hem weer bijspringen bij het faillissement van diens im- en exportbedrijfje. De enige die daar vanzelfsprekend geld aan verdiende was boer Braat omdat die op verliesgeving had ingezet. Fatima had zelfs voor Oudegrapse begrippen een tamelijk ouderwets modebeeld. Ze ging gekleed in een zwarte soepjurk die tot over haar voeten hing. Over haar hoofd droeg ze een slonzig, donker sjaaltje. Iedereen in het dorp maakte haar belachelijk, behalve De Diplomaat. “Een schoonheid. Die juten zakken verbergen een ravissante schoonheid”. Hij wees de omstanders op haar bevallige manier van lopen. “Bevallig lopen. Dat mens heeft de waggelgang van een dromedaris,” schamperde boer Braat. “Dat lijkt alleen maar zo door die rare draperieën van haar, maar je moet daaronder kijken.” En als er iemand onder de kleren van een vrouw kon kijken dan was dat De Diplomaat wel.

Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl

Oudegrap,  Led Ledelich