Drifters spurtte zoals eeuwig en altijd verongelijkt de Oude Herberg uit, op weg naar de geitenkooi waar hij troost bij Dolly zocht en vond. “Zie hem gaan, Oudegraps hoop in duistere dagen. “ “ Als iemand het goed voor heeft met Oudegrap dan is het mijn Drifters wel,” beet Wika De Diplomaat toe. “Jouw Drifters? De man die met jou trouwen zou?” “Gaat, Diplomaat, gaat.” Wika rechtte haar rug en keek De Diplomaat ziedend aan. “Drifters trouwen. En jij dan Wika, ga je dan liedjes voor hem mekkeren?” Vuurrood hief Wika haar hand om De Diplomaat eens even flink op zijn bakkes te meppen. “Trouwen met Drifters is net zo waarschijnlijk als een leeuw die met een geitje klaverjast.” “Hou je kop toch jij cynische lul.” “Bokkenlul in deze, Wika, bokkenlul”. “Trek je maar niets van hem aan, Wika. Bij hem is cynisme ook maar een verkapte vorm van compassie,” suste Gnomé de boel. Bezorgd klompte boer Braat binnen, tegelijkertijd met Achmed en Stultus. Hij droeg een schone, roze boerenzakdoek rond zijn nek en zijn klompen glommen van de roze verf. Stiekempjes voelde hij wel wat voor Stultus, de Portugese machoman. De laatste tijd kwam hij hem vaak tegen in de sportschool en Stultus kreeg steeds meer weg van een ballongoochelaar met zijn alsmaar groeiende biceps, triceps en wasbordje. Nu ging het echter om zaken. Er dreigde veel mis te gaan met het im- en export handeltje van Achmed
Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl
Oudegrap, Led Ledelich