Kijk als het slecht ging met de wereld dan maakte boer Braat het goed. Hij leende dan, bijvoorbeeld, een tientje van een vriendje en gaf hem daar dan twintig cent rente over. Datzelfde tientje leende hij dan weer uit aan armlastigen als Stultus die daar op hun beurt weer een euro rente over mochten betalen. De taak van boer Braat bestond dan slechts uit het beduimelen van biljetten, toch al een van zijn meest geliefde bezigheden, en het opstrijken van de winst. Kon Stultus niet meer aflossen dan maakte boer Braat daar geen enkel probleem van. Genereus leende hij Stultus dan weer wat geld zodat deze in ieder geval de rente terug kon betalen. Diens schuld steeg dan navenant en zo rentenierde boer Braat van andermans centen. De laatste tijd ging het echter wat moeizamer. Zelfs vriendjes van vriendjes van vriendjes deden moeilijk en wilde hem amper nog iets lenen. Hierdoor kon hij niets meer aan Stultus en de andere arabieren zoals Achmed en Poolse Ira uitlenen, of erger nog, zelfs niet aan De Diplomaat waardoor de drankomzet dreigde te kelderen en Krelis zijn pacht niet meer aan boer Braat kon betalen. Boer Braat echter, bedacht de oplossing der oplossingen; de moeder van alle oplossingen: werkverschaffing! “Dat van die spierballen, beste Stultus, “sprak boer Braat een beetje hijgerig,”dat is wel mooi, maar heb je ook sterke longetjes?” “Iek sterke longen? Iek?” Stultus blies met zo’n kracht waardoor boer Braat zijn krant met beide handen vast moest grijpen om deze niet van tafel te laten waaien. Ook het kleedje en zelfs de gordijnen wapperden. “Goed,”juichte hij,”goed, dat is heel mooi, ik heb werk voor je!”
Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberghttp://www.lichteberg.nl
Oudegrap, Led Ledelich
Geen opmerkingen:
Een reactie posten