woensdag 31 augustus 2011

(Afl. 54) BIRD IS DOOD

Het hele dorp gonsde er van. “Bird is dood. Bird is dood,” ging het van mond tot mond. Vooral De Diplomaat leed zeer onder het plotselinge verscheiden van de flamboyante kunstenaar Japaz, ook wel Bird genoemd. De excentrieke kunstschilder, jazzmusicus en kippenhouder woonde enkele jaren geleden in het dorp en kon het uitstekend vinden met De Diplomaat al verweet hij deze wel eens kleinburgerlijkheid waarna de twee elkaar lafjes op de wang tikten in wat zij als een vuistgevecht betitelden. Liederlijk lallend zwalkten zij dan de Oude Herberg uit om het bij Bird op een verder zuipen te zetten. Vaak hielden ze een fel discours waarin ze de wereld wel drie maal wijzigden om diezelfde wereld de volgende morgen weer onveranderd aan te treffen. Dit kwam hen goed uit omdat ze hiermee de daaropvolgende nacht weer stof tot spreken hadden. Querulanten waren het, maar … aardige querulanten. De dorpelingen genoten massaal van de wonderlijke strapatsen van Bird. Soms hield hij kunstmanifestaties op het dorpsplein waar het hele dorp reikhalzend naar uitkeek omdat hij er altijd in slaagde om elke manifestatie in een heus dorpsfeest uit te laten groeien.

“Bird is dood. Bird is dood.” De Diplomaat schreide bittere tranen van leed. Toegegeven, het waren dronkemanstranen, maar hij miste hem oprecht.

 

Oudegrap,  Ledelich

vrijdag 26 augustus 2011

(Afl. 53) KINDEREN OP KOMST

Drifters zag er na zijn vakantie vermoeid uit en ook zijn geiten oogden afgepeigerd. De meeste jongeren zaten wel weer in het gareel. De tripledip leek teruggedrongen en boer Braat zat weer op zijn centen. Een plensbui veegde het terras van de Oude Herberg in luttele seconden schoon en de gasten renden drijfnat naar binnen. “Mooi,” De Diplomaat wrong zijn door de motten aangevreten pandjesjas uit, “bespaart me een stomerijtje.” “En een douche, Diplomaat, je begon anders behoorlijk te rieken.”  “Allemaal lichaamseigen, Barbarella.” “Hou dat dan ook bij je.”  Barbarella had er de pest in. Krelis had haar in de hoedanigheid van huisarts die ochtend verteld dat ze zwanger van een vijfling was, het zou ook een zesling kunnen zijn, of misschien zelfs een zevenling. Kraak eiste het voltallige vaderschap op. Alle kerels die ze ooit in haar goedertierenheid ter wille was geweest claimden het vaderschap. Maar de arme, opstandige negerjongetjes, die haar meer vertederden dan angstig maakten, deden haar weer terugverlangen naar de grote Griek Bayo die haar een keer had bezeten en wat ze nooit meer was vergeten, niet kon vergeten. Kon hij maar de vader van haar kinderen zijn; kinderen, zo had Krelis uitgerekend, die op eerste kerstdag het levenslicht zouden zien.

 

Oudegrap,  Ledelich

woensdag 24 augustus 2011

(Afl. 52) NIET BIJ PILLEN ALLEEN

Gnomé dribbelde op Krelis af en dwong hem stelling te nemen. Krelis, anders altijd uiterst aimabel, eiste als officier van justitie zeer zware straffen tegen de vergrijpen van de arme negerjongetjes. Hij eiste verplichte heropvoeding in een katholiek jongensinternaat. Advocaat Krelis, vond dit wel erg kras en eiste vrijspraak. Rechter Krelis legde de arme negerjongetjes, de psychoos en de asoos zware taakstraffen op. Ze moesten één van Drifters weggelopen geiten vangen. Ook de kooi moest worden schoon gezwiept. Met de stront moesten ze de landgoederen van boer Braat bemesten. Dit alles, vond Krelis, zou het dorp ten goede komen. Met zijn uitspraak hielp rechter Krelis tegelijkertijd boer Braat definitief uit diens depressie en ook de rest van de bevolking zou zich er goed bij voelen.Daarnaast zou het de woede van Drifters wat temperen die vanwege de rellen zijn vakantie onderbrak. Vooral de POO (partij voor de ontvreemdeling van Oudegrap) spinde goed garen door de onlusten. ‘Niet bij pillen alleen’ dacht psychiater Krelis vergenoegd. Drifters, die eigenlijk altijd al schuimbekte omdat er permanent witte vlokken aan zijn mondhoeken kleefden, schreeuwde moord en brand en eiste onmiddellijke sluiting van de winkel van bakker Mo, de vader van Achmed. “Dicht met dat wrokkasteel,” schreeuwde hij met overslaande stem.

 

Oudegrap,  Ledelich

maandag 22 augustus 2011

(Afl. 51) ONRUST IN OUDEGRAP

Overal in het dorp braken rellen uit. Het waren vooral de schyzoos die het op auto’s gemund hadden. De bipoos gooiden stenen naar de winkelpuien en de asoos stalen de goederen. De deproos zagen het allemaal moedeloos aan zoals ze altijd alles al moedeloos aanzagen. Een van die deproos hing half huilend over zijn borreltje snikkende dat hij het kapitaal dat hij nog nooit had bezeten dreigde te verliezen. “Hou toch op”, sprak De Diplomaat kriegel. In hoog tempo sloeg hij enkele kopstootjes tegen de kopknetter achterover. “We worden arm, we worden allemaal arm”, kermde Barbarella mee. “Nu moeten jullie ophouden,” sprak De Diplomaat beslist, “hier in Oudegrap bestaat geen armoede. Hier is armoede een gebrek aan overbodig bezit en geldt overbodig bezit als rijkdom!”  “Kijk, daar zeg je me iets, Diplomaat.” “Ach, het is me ook maar aan komen waaien,” antwoordde De Diplomaat quasi bescheiden. “Er moet iets gebeuren, Diplomaat.” Door de straten en steegjes van Oudegrap renden allerlei mensen, waaronder heel veel arme negerjongetjes, triomfantelijk met grote pakken en dozen als trofeeën onder de arm. Gnomé fronste het grote voorhoofd en keek bedachtzaam naar buiten naar de voorbij krioelende psychoos. “Er moet iets gebeuren, Diplomaat.”

 

 

Oudegrap,  Ledelich

vrijdag 19 augustus 2011

(Afl. 50) EEN TRIPLEDIP

“Jij lijdt, boer Braat, aan wat wij noemen een tripledip”. Ernstig keek Krelis over de halve glazen van zijn hoornen leesbrilletje en trok aandachtig aan zijn sigaartje. Daar moet ik je dan ook met triplemedicijnen voor behandelen. We beginnen met Ritalin. Kraak gebruikt dat als partydrugs dus het zal jou ook wel wat vrolijker maken. Daarnaast schrijf ik je drie flesjes broom per dag voor. Daar ga je meer geld door uitgeven en daar wordt je weer vrolijk van. Wat je koopt geef je dan weer weg en daar worden wij weer vrolijk van. Hier word jij op jouw beurt weer depressief van en dat werken we dan weer weg met een prozacje of twee. Dat laatste mag ik zelf ook graag gebruiken. Nou, tevreden, man?” Hij pakte een papiertje. “Laat me je een prescriptie voorschrijven, man”. Een prescriptie! Dat klonk tenminste. Bij hem geen receptje. De daaropvolgende dagen maakte boer Braat een steeds vrolijker indruk. Hij lachte zelfs om de scheet die nog gelaten moest worden. Hij bleef maar kopen. Iedereen vertrouwde hem. Alles ging op de lat, en, zoals Krelis al zei, gaf hij alles evenzo gemakkelijk alles weer weg. De rest van de bevolking, ook allemaal ernstig depressief vanwege de financiële malaise, eiste eenzelfde medische behandeling als boer Braat.

 

Oudegrap,  Ledelich

woensdag 17 augustus 2011

(Afl. 49) DE DIAGNOSE VAN KRELIS

Heel in de verte meende boer Braat een wit licht te zien met in het schijnsel daarvan een jonge Adonis die een lier bespeelde en met zoetgevooisde stem boer Braats naam bezong. “Ja, ja ik kom,”  riep boer Braat. Verschrikt sprong De Diplomaat, die helemaal geen zin had in klef gedoe, weg van boer Braat. Maar boer Braat bedoelde het overdrachtelijk. Hij balanceerde potsierlijk op één been en hief wankel zijn armen ten hemel. “Ik kom, ik kom, jonge Adonis,” kreunde hij. Het zweet gutste van zijn voorhoofd. “Wat is er, boer Braat,” vroeg De Diplomaat bezorgd, “tegen wie heb je het?” De Diplomaat wist zich geen raad met de situatie. Juist op het moment dat boer Braat kompleet de weg dreigde kwijt te raken kwam Krelis de hoek omzeilen. Krelis, die naast uitbater, burgemeester, commissaris, officier van justitie en vakbondsleider van aspergestekers ook een praktijk als psychiater runde zag in een oogopslag wat er gaande was. Eindelijk gebeurde er wat Krelis allang had zien aankomen: De Diplomaat, impulsief suïcidaal, borderliner, narcist en alcoholist, wilde zijn leven voortijdig beëindigen. “Wat is er, Diplomaat? Doe je zelf niets aan!” Krelis voorzag zijn beste klant kwijt te raken. “Met mij is er niets, ‘pil’,  het is boer Braat hier, die zijn leven wil beëindigen.”  “Uh, nee, natuurlijk, dat zag ik gelijk, het is boer Braat dat zie je zo, ADHD, biopolair, uhh, persoonlijkheidsstoornis, angstaanvallen.” Hij wilde zich niet weer een buil vallen en noemde zo veel mogelijk ziektebeelden als hij zich bedenken kon.

 

Oudegrap,  Ledelich

maandag 15 augustus 2011

(Afl. 48) DE DIPLOMAAT HELPT ALTIJD

De daaropvolgende dagen kon je boer Braat alsmaar in zichzelf mompelend met een stuk henneptouw in zijn hand door de straatjes van Oudegrap zien dwalen. Gnomé, die zich oprecht zorgen over boer Braat maakte vroeg De Diplomaat een oogje in het zeil te houden.  Zonder dat boer Braat dit in de gaten had hobbelde De Diplomaat achter hem aan. Toen de avond viel bleef boer Braat lang dralen bij een lantarenpaal waarvan de lamp ook nog eens kapot was.  Het in zichzelf mompelen ging over in hardop gepraat. Ergens verderop klonk het: “wat scheelt er blekert! arme vent, dat jij zo saai aan het zingen bent?” De Diplomaat lachte sardonisch. “Ga weg, laat me met rust,” snauwde boer Braat, blij omdat er iemand was die hem zou helpen geen daden te begaan die hij toch niet zou voltrekken. “Niemand houdt mij nog tegen.” “Nee, ik zeker niet, ik wil je juist helpen. Misschien heb je een krukje nodig? Een schouderduwtje? Of zal ik je anders helpen dat touw vast te binden?” Dit gesprek ging niet helemaal de kant uit waar boer Braat het wilde hebben. “Ik ben een arme man,” huilde boer Braat. “Ja, ja, en je verdient je dagelijks brood in schande.” snibde De Diplomaat, “je hebt je geld altijd over de ruggen van anderen verdiend.” “Ja,” snikte boer Braar, “ik heb mijn geld altijd over de ruggen van anderen verdiend, en nu niet meer.” 

 

Oudegrap,  Ledelich

donderdag 11 augustus 2011

(Afl. 46) HET VERDRIET VAN BOER BRAAT

Mede door de tomeloze inzet van De Diplomaat werd Oudegrap van een financieel debacle gered. Ieders geld zakte in waarde waardoor men per saldo even rijk of, zo je wilt, even arm bleef als voorheen. Alleen boer Braat verloor een aanzienlijk bedrag doordat het door hem uitgeleende geld nu eenmaal flink in waarde was gedaald. Hier beleefde iedereen in Oudegrap veel plezier aan. Ergens diep in een hoekje van de Oude Herberg weggedoken verdronk boer Braat zijn verdriet. Glazig tuurde hij naar buiten of hij daar misschien zijn geld zag verdampen. Soms meende hij het geld boven de trillende lucht van het asfalt te zien zweven en rende daadwerkelijk naar buiten om vervolgens in het luchtledige te grijpen. Verdrietig keerde hij dan terug naar zijn tafeltje om met het hoofd in de nek naar het plafond te staren en omdat hij daar dan talloze bankbiljetten tegenaan geplakt zag, opsprong om er naar te klauwen. Dit keer was het geen fata morgana omdat Krelis het plafond inderdaad vol met drachmes, lires, peseta’s, escudo’s en zelfs wat francs had geplakt. Gnomé, die twee tafeltjes verderop zat, keek vol mededogen naar de deerniswekkende man.


Oudegrap,  Ledelich

(Afl. 47) HET VERDRIET VAN BOER BRAAT

Mede door de tomeloze inzet van De Diplomaat werd Oudegrap van een financieel debacle gered. Ieders geld zakte in waarde waardoor men per saldo even rijk of, zo je wilt, even arm bleef als voorheen. Alleen boer Braat verloor een aanzienlijk bedrag doordat het door hem uitgeleende geld nu eenmaal flink in waarde was gedaald. Hier beleefde iedereen in Oudegrap veel plezier aan. Ergens diep in een hoekje van de Oude Herberg weggedoken verdronk boer Braat zijn verdriet. Glazig tuurde hij naar buiten of hij daar misschien zijn geld zag verdampen. Soms meende hij het geld boven de trillende lucht van het asfalt te zien zweven en rende hij daadwerkelijk naar buiten om vervolgens in het luchtledige te grijpen. Verdrietig keerde hij dan weer naar zijn tafeltje om met het hoofd in de nek naar het plafond te staren omdat hij daar dan weer bankbiljetten tegenaan geplakt zag en hij opsprong om er naar te klauwen. Dit keer was het geen fata morgana omdat Krelis het plafond inderdaad vol met drachmes, lires, peseta’s,escudo’s en hier en daar zelfs wat francs had geplakt. Gnomé, die twee tafeltjes verderop zat, keek vol mededogen naar de deerniswekkende man.

 

Oudegrap,  Ledelich

maandag 8 augustus 2011

(Afl. 45) HOE BOER BRAAT DE OUDE HERBERG REDT

In rap tempo werkte De Diplomaat zijn kopknetter weg.  Hij wilde helder zijn vandaag. Na drie dubbele kopstootjes lag hij wel weer op koers. “Doe nog maar een dubbele, Krelis”. “Een beetje uitkijken, Diplomaat, je kunt niet eeuwig op blijven schrijven”. “Eeuwig? Hoeveel staat er nou helemaal”? Krelis pakte het grote kasboek erbij en ging met zijn vingers langs rijen getallen, onderwijl steeds langere cijfers murmelend. “Hou maar op, ik hoor het al, ik zit zo’n beetje tot de nok bij je in de schulden”. Gelukkig stapte boer Braat binnen. “Zeg, boer Braat, kun je me …”? “Nee, daar begin ik niet meer aan, je zit al tot je strot bij me in de schuld”. “Maar”, vroeg De Diplomaat timide, “kun je mijn schuldenplafond dan niet ophogen”? Listig keek boer Braat om zich heen. Hij verpachtte de Oude Herberg aan Krelis en voorzag dat als de klandizie van De Diplomaat wegviel de omzet met zeker vijftig procent zou dalen. Dan kon Krelis op zijn beurt hem niet betalen en kon hij weer geen geld uitlenen. Hier was een plan van aanpak nodig! De Diplomaat moest blijven consumeren, het liefst meer. Krelis kon dan leven en daarmee de pacht betalen. Het begon zelfs boer Braat een beetje te duizelen. “Weet je wat, ik leen je nog een keer, alleen ben je dan wat minder waard voor je goeie geld en geef je met dezelfde hoeveelheid minder uit, dus moet je wel meer drinken”. De Diplomaat vond dit wel een beetje raar klinken maar offerde zich met plezier op voor de goegemeente.

 

Oudegrap,  Led Ledelich

 

 

 

vrijdag 5 augustus 2011

(Afl. 44) DIPLOMATIEKE INTERVENTIES

Naast de anarchosyndicalisten smeedde ook boer Braat moordplannen tegen Drifters, zijn politieke leider. Hij konkelfoesde met enkele van zijn kornuiten en probeerde ook Wika achter zich te krijgen. Ondanks dat hij sinds kort op roze klompen stampte en in roze kiel gekleed ging kreeg hij redelijk wat bijval. Boer Braat scheen populair. Dit kwam doordat boer Braat gemakkelijk geld uitleende. Konden de boeren hem eventjes niet terugbetalen dan leende hij wat extra geld uit zodat ze hem in ieder geval de rente konden betalen, die vanzelfsprekend verdubbeld werd. Zo hief boer Braat rente op rente en mocht je hem gerust een rentenier van andermans kapitaal noemen. Drifters, die de bui al lang voelde hangen, trok zich terug in de geitenkooi, samen met Wika die hem wel zou beschermen tegen de opstormende meute. Alleen wilde de meute nog niet echt opstormen. Ze verschilden van mening over hoe, wanneer en waar Drifters om te leggen. Er werden vergaderingen belegd en De Diplomaat kreeg als taak beider standpunten naar elkaar toe te verwoorden, wat wel aan hem besteed was. Hij voegde graag wat aan de eisen toe. Als boer Braat en de zijnen Drifters door verhanging dood wensten dan suggereerde De Diplomaat dat de anarchosyndicalisten eisten dat Drifters dan wel in een roze gewaad ten graven gedragen moest worden, wat boer Braat onmogelijk toe kon staan. Zo duurden de onderhandelingen eindeloos en raakte iedereen dankzij de interventies van De Diplomaat totaal uitgeput waarna men maar besloot Drifters gratie te verlenen omdat hij de aanslag nu eenmaal zelf niet op zijn geweten had. Die avond gingen ze allemaal, weer onder aanvoering van De Diplomaat, flink aan de zuip en kropen na sluitingstijd straalbezopen de Oude Herberg weer uit.

 

Oudegrap,  Ledelich

 

 

 

woensdag 3 augustus 2011

(Afl. 44) EEN MEUTE OP HOL

De hark kwam van rechts!  De gewonden werden verzorgd, de overledenen betreurd. Na de boerenknecht gelyncht te hebben, herpakten de anarchosyndicalisten zich. De hark kwam van rechts!  De terreurdaad eiste vergelding. De grootste stommeling, en onder de anarchosyndicalisten bestonden daar een hoop van, begrepen dat een tegenactie een leider behoefde. Een mogelijke kop van jut mocht er iets mis gaan; zo dom waren de anarchosyndicalisten nu ook weer niet. Opeens hoorden ze iemand de naam van Kraak scanderen en allen brulden ze mee: “Kraak! Kraak! Kraak!” schreeuwden ze en trokken en masse naar Oudegrap waar Kraak zich, veel langer dan nodig was, door Barbarella liet verzorgen.  “Oh, oh,” kreunde hij overbodig hard terwijl Barbarella hem liefdevol in de armen hield, “oh, oh, hoor je dat, Babs.” Kraak fluisterde alsof het spreken hem de grootst mogelijke moeite kostte. “Hoor je dat, Babs? Misschien komen ze me een bloemetje brengen voor mijn betoonde heldenmoed, of anders een mandje met fruit.” Amechtig viel hij terug in de kussens.

 


Lees ook Alfred de nieuwe roman van Leo D. Lichteberg.

Oudegrap,  Ledelich

 

 

 

maandag 1 augustus 2011

(Afl. 42) EEN BOERENKNECHT OP DRIFT

In Nieuwelol, drie dorpen van Oudegrap verwijderd, sloeg een boerenknecht enkele dagen geleden, met een hark in op een groepje anarchosyndicalisten die ter lering en de vermaak bijeenkwamen op een zomerkamp.  In de wijde omtrek sprak men schande over de aanslag waar Kraak een van de heldhaftige slachtoffers van was. Kraak werkte er  als groepsleider en gaf een cursus over de gevaren van kunstmest. Onder het slaken van kreten als “lang leve de PNO (Partij voor de Ontvreemdeling van Nieuwelol),” harkte de boerenknecht op de pubers in. Om een bloedbad te voorkomen wierp Kraak zich manmoedig tussen de boerenknecht en de jonge cursisten. Bruut ramde de boerenknecht zijn hark in de hersenpan van Kraak die met bebloed gelaat kruipend weg probeerde te vluchten. De hark bleef vanwege de kracht in zijn kop steken wat hem het vluchten bemoeilijkte. Toch wist hij te ontkomen om ten langen leste op de stoep van de Oude Herberg te belanden. Na Kraaks vlucht greep de knecht naar een hooivork waarmee hij op de cursisten af vloog. Er waren wel drie veldwachters voor nodig om de man in te rekenen. Bij de knecht thuis vonden ze een stencilmachine en pamfletten waaruit duidelijk bleek dat deze zich liet drijven door het gedachtegoed van Drifters. Dit kwam hard aan in Oudegrap.

 

Oudegrap,  Ledelich

 

 

 

(Afl. 42) EEN BOERENKNECHT OP DRIFT

In Nieuwelol, drie dorpen van Oudegrap verwijderd, sloeg een boerenknecht enkele dagen geleden, met een hark in op een groepje anarchosyndicalisten die ter lering en de vermaak bijeenkwamen op een zomerkamp.  In de wijde omtrek sprak men schande over de aanslag waar Kraak een van de heldhaftige slachtoffers van was. Kraak werkte er  als groepsleider en gaf een cursus over de gevaren van kunstmest. Onder het slaken van kreten als “lang leve de PNO (Partij voor de Ontvreemdeling van Nieuwelol),” harkte de boerenknecht op de pubers in. Om een bloedbad te voorkomen wierp Kraak zich manmoedig tussen de boerenknecht en de jonge cursisten. Bruut ramde de boerenknecht zijn hark in de hersenpan van Kraak die met bebloed gelaat kruipend weg probeerde te vluchten. De hark bleef vanwege de kracht in zijn kop steken wat hem het vluchten bemoeilijkte. Toch wist hij te ontkomen om ten langen leste op de stoep van de Oude Herberg te belanden. Na Kraaks vlucht greep de knecht naar een hooivork waarmee hij op de cursisten af vloog. Er waren wel drie veldwachters voor nodig om de man in te rekenen. Bij de knecht thuis vonden ze een stencilmachine en pamfletten waaruit duidelijk bleek dat deze zich liet drijven door het gedachtegoed van Drifters. Dit kwam hard aan in Oudegrap.

 

Oudegrap,  Ledelich