Het hele dorp gonsde er van. “Bird is dood. Bird is dood,” ging het van mond tot mond. Vooral De Diplomaat leed zeer onder het plotselinge verscheiden van de flamboyante kunstenaar Japaz, ook wel Bird genoemd. De excentrieke kunstschilder, jazzmusicus en kippenhouder woonde enkele jaren geleden in het dorp en kon het uitstekend vinden met De Diplomaat al verweet hij deze wel eens kleinburgerlijkheid waarna de twee elkaar lafjes op de wang tikten in wat zij als een vuistgevecht betitelden. Liederlijk lallend zwalkten zij dan de Oude Herberg uit om het bij Bird op een verder zuipen te zetten. Vaak hielden ze een fel discours waarin ze de wereld wel drie maal wijzigden om diezelfde wereld de volgende morgen weer onveranderd aan te treffen. Dit kwam hen goed uit omdat ze hiermee de daaropvolgende nacht weer stof tot spreken hadden. Querulanten waren het, maar … aardige querulanten. De dorpelingen genoten massaal van de wonderlijke strapatsen van Bird. Soms hield hij kunstmanifestaties op het dorpsplein waar het hele dorp reikhalzend naar uitkeek omdat hij er altijd in slaagde om elke manifestatie in een heus dorpsfeest uit te laten groeien.
“Bird is dood. Bird is dood.” De Diplomaat schreide bittere tranen van leed. Toegegeven, het waren dronkemanstranen, maar hij miste hem oprecht.
Oudegrap, Ledelich