zondag 29 mei 2011

(Afl. 28) TWEE VLIEGEN

Het hele dorp ging in debat. Voor- en tegenstanders vlogen elkaar in de haren. De mannen en vrouw van de POO marcheerden door de straten en droegen bruingeverfde boerenkielen. Zij scandeerden: “geen moskee, weg ermee”! Een beetje prematuur omdat er nu eenmaal nog geen moskee stond. “Moet je niet eens optreden, Krelis”, vroeg De Diplomaat monter. Hij werkte zijn kopknetter weg met een derde borreltje. Barbarella keek naar buiten. “Wat moet Wika toch tussen die bruinkielen”? “Dat weet je toch wel? Het gaat haar om Drifters”, grijnsde De Diplomaat. Maar Drifters hield nu eenmaal veel meer van geiten, net zoals die zojuist opgepakte oorlogsmisdadiger uit het land van Ira. Behoedzaam ging Gnomé bij zichzelf te rade. Ze moesten uit dit geschil geraken anders zou het dorp aan tweespalt ten onder gaan. Opeens ging haar een lampje op, of liever, een ui. “Mensen, we wonen in een boerendorp, nietwaar”? Jawel, ze woonden in een boerendorp. “En een ui mag je toch wel als het icoon van de akkerbouw beschouwen”? Dat mocht. “En een koepel staat symbool voor de islam”? Dat kon. “Als we dan een moskee bouwen met de koepel in de vorm van een ui? Dan zijn we er in een klap uit, hebben we tegelijkertijd een gebedshuis voor de enkele Nieuwe Oudegrapse mohammedaan en een opslagplaats voor boerengewassen”! 

 

Oudegrap, Ledelich

 

 

vrijdag 27 mei 2011

(Afl. 27) STILTE

‘De stilte keert, na kreet en strijd wordt het hart gemeerd aan de eenzaamheid’.  

Dit zou J.C. Bloem verzuchten, gebogen onder het juk van een facebookstilte daarbij geholpen door Posterous. Beiden zijn van goede wil naar elkaar maar gaan toch als een digibetische Romeo en Julia door het leven.

 

Oudegrap, Ledelich

 

donderdag 26 mei 2011

(Afl. 26) HOMMELES

Er gingen een hoop vuige praatjes in het rond. Volgens de verpleegsters kirde de moeder van boer Braat van vreugde bij het weggaan van Achmed. Ze bleef maar naar hem zwaaien en wuifde hem bibberige kushandjes achterna. Het kan zijn, maar niemand durfde dit met zekerheid te stellen, dat ze naar haar hart greep toen Achmed de hoek bij het eind van de gang omsloeg. Een Portugese schoonmaker, Stultus, meende haar te horen rochelen en dacht dat hij ‘Achmed, Achmed, wo bleibst du’ hoorde kreunen. Nu was het werkelijk hommeles in Oudegrap. De Oude Oudegrappers gingen vrijelijk tekeer tegen de Nieuwe Oudegrappers. De boeren die teveel stonken om door welke show dan ook aan de vrouw geholpen te worden, wierpen rotte eieren op de pui van bakker Mo. Ze haatten Mo niet eens zozeer als wel diens zoon Achmed. “Gore wijvendief”, brulden ze terwijl ze eigenlijk ‘Gore ouwewijvendief’ bedoelden en diep in hun hart beseften dat zij zelfs in hun zondagse kloffie nog geen enkele kans op die dames hadden. Boer Braat maakte zich nog de meeste zorgen. Dat Achmed zich aan zijn moeder bezondigde, alla, dat moest kunnen. Alleen had hij van Krelis, kroegbaas, burgemeester, politieagent, rechter, advocaat, vakbondsleider van aspergestekers, hoofd van de Sociale Dienst en tevens notaris die ging over de erfenis van de moeder van boer Braat, vernomen dat de moeder van boer Braat haar volledige nalatenschap in de bouw van een moskee wilde steken.

 

Oudegrap, Ledelich

 

 

zondag 22 mei 2011

(Afl. 26) HOMMELES

Er gingen een hoop vuige praatjes in het rond. Volgens de verpleegsters kirde de moeder van boer Braat van vreugde bij het weggaan van Achmed. Ze bleef maar naar hem zwaaien en wuifde hem bibberige kushandjes achterna. Het kan zijn, maar niemand durfde dit met zekerheid te stellen, dat ze naar haar hart greep toen Achmed de hoek bij het eind van de gang omsloeg. Een Portugese schoonmaker, Stultus, meende haar te horen rochelen en dacht dat hij ‘Achmed, Achmed, wo bleibst du’ hoorde kreunen. Nu was het werkelijk hommeles in Oudegrap. De Oude Oudegrappers gingen vrijelijk tekeer tegen de Nieuwe Oudegrappers. De boeren die teveel stonken om door welke show dan ook aan de vrouw geholpen te worden, wierpen rotte eieren op de pui van bakker Mo. Ze haatten Mo niet eens zozeer als wel diens zoon Achmed. “Gore wijvendief”, brulden ze terwijl ze eigenlijk ‘Gore ouwewijvendief’ bedoelden en diep in hun hart beseften dat zij zelfs in hun zondagse kloffie nog geen enkele kans op die dames hadden. Boer Braat maakte zich nog de meeste zorgen. Dat Achmed zich aan zijn moeder bezondigde, alla, dat moest kunnen. Alleen had hij van Krelis, kroegbaas, burgemeester, politieagent, rechter, advocaat, vakbondsleider van aspergestekers, hoofd van de Sociale Dienst en tevens notaris die ging over de erfenis van de moeder van boer Braat, vernomen dat de moeder van boer Braat haar volledige nalatenschap in de bouw van een moskee wilde steken.

 

Oudegrap, Ledelich

vrijdag 20 mei 2011

(Afl. 25) EINDE ZONDER AFSCHEID

Stuurs keek Boer Braat voor zich uit en keurde niemand een blik waardig, laat staan Achmed. Hij had zojuist een sms-je van zijn hoogbejaarde moeder ontvangen waarin ze hem opriep om Achmed voor haar te zoeken en naar het bejaardenhuis te begeleiden. Boer Braat hoefde zelf niet mee naar binnen te komen, liet ze hem nog in datzelfde sms-je weten. “Mijn moeder zoekt je”, snauwde boer Braat zonder hem verder aan te kijken. Eventjes vertrok Achmeds gelaat. Niet iedereen hoefde van zijn lucratieve bijverdienste te weten. Hij kon dit toch moeilijk aan de Sociale Dienst verkopen? Krelis, kroegbaas, burgemeester, politieagent, rechter, advocaat, vakbondsleider van aspergestekers en tevens hoofd van de Sociale Dienst zag hem al aankomen: ‘Ik heb gisteren de moeder van boer Braat gebeft, vijftig euro verdiend, trek het maar af van mijn uitkering’. De zaken gingen toch al slecht omdat bijna elke oudere dame het loodje legde door een hartverlamming vanwege een zoveelste acrobatische prestatie van Achmed. Een voordeel hiervan was wel dat de vergrijzing snel naar beneden liep. Niemand durfde met zekerheid te stellen waaraan de moeder van boer Braat was overleden na het laatste amicale gesprek dat ze volgens de verpleegsters met Achmed voerde. Feit was dat ze crepeerde en van niemand afscheid nam. Een ander feit was dat boer Braat Achmed voor de deur van zijn moeder had afgeleverd.

 

Oudegrap, Ledelich

woensdag 18 mei 2011

(Afl. 24) ACHMED OP VRIJERSVOETEN

“Wanneer ben je uitgerekend”, vroeg Barbarella zakelijk. “25 december”. “Mijn, God! Een Jezuskindje! Dan zal het kind hoogst onwaarschijnlijk met een aardbeienneus ter aarde komen. Een blonde kuif lijkt me dan ook geen mogelijkheid. Je moet eerder aan zoiets als een doornenkroontje denken. En, o ja, het is wel zo handig als je wat zalf in de buurt hebt om eventuele wondjes aan handen voeten te behandelen. Eén ding wist Barbarella echter wel zeker: van een onbevlekte ontvangenis was geen enkele sprake. Boer Braat klompte de Oude Herberg binnen. Minachtend keek Barbarella hem aan. Niet veel later verscheen Achmed en haar gezicht klaarde op. Hij had toch wel een lekker kontje, die Achmed, en een vlotte babbel waarmee hij de vrouwen uit het dorp gemakkelijk uit de kleren wist te lullen.Toch had Barbarella de laatste tijd het gevoel dat ze een beetje buiten zijn doelgroep viel, misschien vanwege haar zwangerschap. Het lag een ietsepietsje anders. Omdat hij inmiddels wel alle jonge vrouwen en dames van middelbare leeftijd had gehad, stortte hij zich op de geriatrie en ontpopte zich als het ware tot de loverboy van het lokale bejaardentehuis. Ira, de voormalige paaldanseres, ondersteunde hem door de financiën bij te houden en ook Stultus verdiende er een licht besmeerde boterham mee door Achmed op een rolstoel van kamer naar kamer te chauffeuren.

 

Oudegrap, Ledelich

zondag 15 mei 2011

(Afl. 24) ACHMED OP VRIJERSVOETEN

"Wanneer ben je uitgerekend", vroeg Barbarella zakelijk. "25 december".
"Mijn, God! Een Jezuskindje! Dan zal het kind hoogst onwaarschijnlijk met
een aardbeienneus ter aarde komen. Een blonde kuif lijkt me dan ook geen
mogelijkheid. Je moet eerder aan zoiets als een doornenkroontje denken. En,
o, ja het is wel zo handig als je wat zalf in de buurt hebt om eventuele
wondjes aan handen voeten te behandelen. Een ding wist Barbarella echter wel
zeker: van een onbevlekte ontvangenis kon geen enkele sprake zijn. Boer
Braat klompte de Oude Herberg binnen. Minachtend keek Barbarella hem aan.
Niet veel later verscheen Achmed en haar gezicht klaarde op. Hij had toch
wel een lekker kontje, die Achmed, en een vlotte babbel waarmee hij de
vrouwen uit het dorp gemakkelijk uit de kleren wist te lullen.Toch had
Barbarella de laatste tijd het gevoel dat ze een beetje buiten zijn
doelgroep viel, misschien vanwege haar zwangerschap. Het lag een
ietsepietsje anders. Omdat hij inmiddels wel alle jonge vrouwen en dames van
middelbare leeftijd had gehad, stortte hij zich op de geriatrie en ontpopte
zich als het ware tot de loverboy van het lokale bejaardentehuis. Ira, de
voormalige paaldanseres, ondersteunde hem door de financiën bij te houden en
ook Stultus verdiende er een licht besmeerde boterham mee door Achmed op een
rolstoel van kamer naar kamer te chauffeuren.

Oudegrap, Ledelich

woensdag 11 mei 2011

(Afl. 22) SMAKELIJK ETEN

Ira knoopte Barbarela’s ochtendjas dicht en aaide over haar krulspelden. Barbarella snakte naar gestampte bruine bonen met sambal manis en haring in tomatensaus. “Zou je niet iets doen”, Ira keek De Diplomaat vernietigend aan, “het zou evenzogoed jouw kind kunnen zijn”. Barbarella raakte een flauwte nabij. “Geen aardbeienneus, laat het een negerkindje zijn”, murmelde ze. “Volgens de veearts wordt het een zesling”, pufte Barbarella. Ira wist wel wat Barbarella wilde eten. Ze bakte speciaal voor haar een omelet gevuld met rauw eendenhart, gepureerde koeienuier en brandnetel met veel oestersaus. “Zie en luister, vreet en huiver”. “Nu even niet, Diplomaat”. Het gezelschap zette zich aan het ontbijt. Gulzig stortte iedereen zich op het eten en smakte en slurpte alsof ze in een Chinees restaurant zaten. Achmed kwam binnen, niet veel later volgde boer Braat. Zijn oogwallen waren gezakt tot aan de mondhoeken die tegen zijn onderkaken kliefden. “Vermoeiende nacht, we moeten praten”.  Hij wilde zaken doen en beloofde de Nieuwe Oudegrappers betere werkomstandigheden bij het asperge steken. Ira grinnikte, Stultus hikte een dommig Portugees lachje en Achmed bulderde. Ze hadden al lang en breed het hele aspergeveld leeg gestoken. Buiten liepen kinderen met mandjes voor hun schoot met daarin keurig gerangschikte asperges. “Asperges te koop”, riepen ze feestelijk,  één centje maar”. Boer Braat kreeg een rolberoerte.

 

Oudegrap, Ledelich

 

 

zondag 8 mei 2011

WEL GESCHREVEN NIET VERSCHENEN

Door problemen met de groene stroom in Oudegrap verschenen er geen afleveringen die wel geschreven waren. Er kwam geen dynamische stroom op gang omdat Achmed, Ira en Stultus, weigerden te fietsen vanwege slechte arbeidsomstandigheden. Inmiddels is dit opgelost. Mijn excuses voor dit gemis van de afgelopen week.


Oudegrap, Ledelich

(Afl. 21) EEN NIEUWE DAG

Het bacchanaal duurde tot eind zondagavond. Iedereen keerde huiswaarts. De mannen deden die nacht hun plicht en de vrouwen ontvingen hen gewillig. Alle lucht leek geklaard. Alleen boer Broet, Wika, Drifters en enkele boeren, die zodanig stonken dat geen enkele show hen aan de vrouw kon helpen, schoolden samen. De ochtend brak aan, een haan kraaide tot drie maal toe en een schuurdeur klapperde. “We moeten iets doen aan die Nieuwe Oudegrappers”, fluisterde Drifters. De anderen knikten instemmend. Boer Braat gromde: “Oudegrappers eerst”. “Niet zo hard, niet zo hard”, sprak Drifters ontzet. En dat terwijl heel Oudegrap nog in coma lag. “Laten we vergaderen, Wika, neem jij de notulen op”? Wika knikte gedwee, voor Drifters had ze alles over. In de Oude Herberg brak een nieuwe dag aan. Stultus veegde de vloer. De Diplomaat stommelde binnen en bestreed zijn kopknetter. Krelis stond voorovergebogen over de rekeningen die niemand ooit zou betalen. “Jij bent me een kunstenaar, Krelis, water in wijn veranderen”. “Hou je mond, Diplomaat”. Krelis had er behoorlijk de smoor in. “Ontbijt, mensen”. Ira dekte de stamtafel. De geur van gebakken spek, gebakken eitjes en vers gebakken Turks brood vulde de ruimte. Volkomen verslonsd kwam Barbarella de trap af, het haar nog in de krulspelden en de ochtendjas halfopen geslagen waardoor je een goed zicht op haar bollende buik kreeg. Bleekjes nam ze plaats aan de stamtafel. “Wat is er, lieverd, wat is er”, stamelde De Diplomaat.


Oudegrap, Ledelich

(Afl. 21) EEN NIEUWE DAG

Afl._21.doc Download this file