Iedereen trouwde maar, mopperde Barbarella, zelf aanstaand moeder van een vijfling van minstens vijf verschillende vaders. Wat zou ze ook huwen. Drifters, De Diplomaat, Achmed, Stultus en Krelis legden haar voortdurend in de watten. Kreunde ze om ijs, dan stonden er gelijk vijf sorbets voor haar klaar. Wilde ze patat dan kon ze bijkans een eigen snackbar beginnen, zoveel frietjes droegen de mannen dan aan. Maar toch. Ze was toch geen meid van de straat? “Wat jij, Gnomé?” “Ach meid, huwen! Dat is niets voor jou. Dat moet je aan Wika en Fatima overlaten, dan ben je gelijk van Drifters en Achmed af”. Bij het horen van Drifters begon Barbarella te stralen en bij het horen van Achmed keek ze weer bedrukt. Dat ene vluggertje met Drifters kon haar gestolen maar die duizend-en-één nacht met Achmed. Barbarella poetste de glazen. “Je zou met mij moet huwen,” sprak De Diplomaat vermetel. “Daar hebben we hem ook,” zuchtte Barbarella - De Diplomaat, nog zo iemand wiens bedcapriolen ze het liefst zo vlug mogelijk wilde vergeten. Maar dat was moeilijk, al te moeilijk zelfs zo mallotig als De Diplomaat tekeer ging die nacht. Zelf dacht De Diplomaat daar heel anders over. Hij achtte zich zo’n beetje de beste minnaar van het oostelijke – en het westelijke halfrond. “Niet waar, Wika?” Wika die net binnenstapte keek hem niet begrijpend aan. Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberg http://www.lichteberg.nl Oudegrap, Led Ledelich
maandag 3 oktober 2011
(Afl. 65) OPRECHTER TROUW
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten