“Vokuh kur vir sente miauw,” stamelde boer Braat nogmaals. Stultus bleef hem niet begrijpend aankijken. “Lul je moerstaal, boer Braat. Of je wat van hem wil drinken,” riep De Diplomaat. “Oh, dat is heel vriendelijk, u zou mij een groot plezier doen met een glaasje port,” antwoordde Stultus die zojuist van zijn inburgeringscursus Nederlands kwam. “Ho, ho, Stultus jij zegt ‘iek wiel wel port’, of anders krijg je niets.” “Ook goed, meneer boer Braat,” antwoordde Stunts onverstoorbaar, “iek wiel wel port.” “Geef Stultus een portje, en doe De Diplomaat ook wat van me, Krelis.” De Diplomaat viel bijkans van zijn kruk. “Ik van jou een drankje? Regent het soms in de hemel?” “Luister, Stultus,“ weer veegde boer Braat met zijn met speeksel bevochtigde vingers over zijn haarlok, “ik wil iets voor je betekenen.” Boer Braat knipoogde vet naar Stultus die nu extra op zijn hoede was. Hij leek misschien wel dom, deed dom, was ook eigenlijk wel dom maar misschien toch ietsje minder dom dan zijn naam deed vermoeden.En behalve voor zijn warme gevoelens voor Stunts, zou boer Braat boer Braat niet zijn als hij ergens weer een geldboompje zag bloeien. En hij zag een hele geldgaard voor zijn geestesoog. “Zou je misschien een extra centje willen verdienen.“ Stunts, die hard aan zijn macho-imago werkte en trots was op zijn viriliteit, hoopte even dat boer Braat werk voor hem had als loverboy. Hij spande zijn spierballen en keek boer Braat diep in de ogen. “Iek goeie man, iek echte man!”
Maak ook kennis met werk van vriend/schrijver Leo D. Lichteberghttp://www.lichteberg.nl
Oudegrap, Led Ledelich
Geen opmerkingen:
Een reactie posten