Bij de aanblik van Barbarella kreeg de priester het steeds heviger te kwaad. Om indruk op haar te maken dronk hij, net als De Diplomaat, kopstootjes in de Oude Herberg. Maar het leek alsof de duvel er mee speelde want telkens als Barbarella voorbijkwam stootte hij nerveus het kelkje jenever omver. “Drankmisbruik, jonge priester,” mopperde De Diplomaat dan. Thuisgekomen geselde de jonge priester zich, wat weinig hielp omdat ook dit hem begon op te winden. Oh, al die beproevingen van Heere Heere. Barbarella plaagde hem graag door grote ogen op te zetten en bevallig de handen door het haar te strijken als zij hem bediende. Soms boog ze zo diep voorover waardoor hij bijkans in haar decolleté verdronk. Ze zat met Gnomé, Wika en Ira (de voormalige Poolse paaldanseres en prostituee) aan de stamtafel. “Je moet hem niet zo plagen,” sprak Gnomé moederlijk, “het mag dan wel een paap zijn, maar het is wel onze paap. “ “Ik denk er anders over om bij hem ter biecht te gaan,” grinnikte Barbarella. Wika en Ira schaterden het uit. “Dan ga ik ook, dan ga ik ook,” gierden ze. Aan de bar probeerde de jonge priester naast de kopstootjes ook het tempo van De Diplomaat bij te houden. Hij wilde persé zijn verlegenheid overwinnen om Barbarella fier te benaderen; niet als een vrouw, nee, maar als een parochiaan, nee, als een bekeerlinge.
Oudegrap, Ledelich
Geen opmerkingen:
Een reactie posten