vrijdag 15 juli 2011

(Afl. 36) PEK EN VUUR

De jonge priester wist niet hoe hard hij bij Barbarella vandaan moest rennen. Of ze slecht was? En of ze slecht was! Het was een Babylonische hoer, vond de priester. Tegelijkertijd moest hij seksuele oprispingen onderdrukken omdat hij zich al vanaf zijn kleutertijd sterk aangetrokken voelde tot zwangere vrouwen. Nog dagen natrillend bereidde hij de preek van de komende zondag voor. Al zijn gram legde hij er in. “Pek en vuur,” schreeuwde hij vanaf de kansel, “padden op uw pad”. Hijgend wees hij naar de  enige kerkgangers, een bejaard stel. “Goddelozen!” Verkrampt wist hij amper enkele godsgruwelijke vervloekingen binnen te houden. “Zijn toorn zal over u nederdalen!” Nog voor de beĆ«indiging  van de preek sloop het stel de kerk uit. “Flikker uit het gestoelte der spotters”, tandenknarste hij. Hij voelde zich nog steeds in de zeik genomen door Barbarella. Ook dit wond hem weer op omdat plass… . Zo kon het wel weer. Wankel liep hij de trap van de kansel af en opende lijkbleek de kerkdeur. Even moesten zijn ogen wennen aan het scherpe zonlicht. Tot zijn afgrijzen zag hij Barbarella op het terras van de Oude Herberg die tegenover de kerk stond. Haar schoonheid verblindde hem nog meer dan de zon, die duivelse zon.

 

Oudegrap, Ledelich

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten