Overal in het dorp braken rellen uit. Het waren vooral de schyzoos die het op auto’s gemund hadden. De bipoos gooiden stenen naar de winkelpuien en de asoos stalen de goederen. De deproos zagen het allemaal moedeloos aan zoals ze altijd alles al moedeloos aanzagen. Een van die deproos hing half huilend over zijn borreltje snikkende dat hij het kapitaal dat hij nog nooit had bezeten dreigde te verliezen. “Hou toch op”, sprak De Diplomaat kriegel. In hoog tempo sloeg hij enkele kopstootjes tegen de kopknetter achterover. “We worden arm, we worden allemaal arm”, kermde Barbarella mee. “Nu moeten jullie ophouden,” sprak De Diplomaat beslist, “hier in Oudegrap bestaat geen armoede. Hier is armoede een gebrek aan overbodig bezit en geldt overbodig bezit als rijkdom!” “Kijk, daar zeg je me iets, Diplomaat.” “Ach, het is me ook maar aan komen waaien,” antwoordde De Diplomaat quasi bescheiden. “Er moet iets gebeuren, Diplomaat.” Door de straten en steegjes van Oudegrap renden allerlei mensen, waaronder heel veel arme negerjongetjes, triomfantelijk met grote pakken en dozen als trofeeën onder de arm. Gnomé fronste het grote voorhoofd en keek bedachtzaam naar buiten naar de voorbij krioelende psychoos. “Er moet iets gebeuren, Diplomaat.”
Oudegrap, Ledelich
Geen opmerkingen:
Een reactie posten