woensdag 17 augustus 2011

(Afl. 49) DE DIAGNOSE VAN KRELIS

Heel in de verte meende boer Braat een wit licht te zien met in het schijnsel daarvan een jonge Adonis die een lier bespeelde en met zoetgevooisde stem boer Braats naam bezong. “Ja, ja ik kom,”  riep boer Braat. Verschrikt sprong De Diplomaat, die helemaal geen zin had in klef gedoe, weg van boer Braat. Maar boer Braat bedoelde het overdrachtelijk. Hij balanceerde potsierlijk op één been en hief wankel zijn armen ten hemel. “Ik kom, ik kom, jonge Adonis,” kreunde hij. Het zweet gutste van zijn voorhoofd. “Wat is er, boer Braat,” vroeg De Diplomaat bezorgd, “tegen wie heb je het?” De Diplomaat wist zich geen raad met de situatie. Juist op het moment dat boer Braat kompleet de weg dreigde kwijt te raken kwam Krelis de hoek omzeilen. Krelis, die naast uitbater, burgemeester, commissaris, officier van justitie en vakbondsleider van aspergestekers ook een praktijk als psychiater runde zag in een oogopslag wat er gaande was. Eindelijk gebeurde er wat Krelis allang had zien aankomen: De Diplomaat, impulsief suïcidaal, borderliner, narcist en alcoholist, wilde zijn leven voortijdig beëindigen. “Wat is er, Diplomaat? Doe je zelf niets aan!” Krelis voorzag zijn beste klant kwijt te raken. “Met mij is er niets, ‘pil’,  het is boer Braat hier, die zijn leven wil beëindigen.”  “Uh, nee, natuurlijk, dat zag ik gelijk, het is boer Braat dat zie je zo, ADHD, biopolair, uhh, persoonlijkheidsstoornis, angstaanvallen.” Hij wilde zich niet weer een buil vallen en noemde zo veel mogelijk ziektebeelden als hij zich bedenken kon.

 

Oudegrap,  Ledelich

Geen opmerkingen:

Een reactie posten