donderdag 26 mei 2011

(Afl. 26) HOMMELES

Er gingen een hoop vuige praatjes in het rond. Volgens de verpleegsters kirde de moeder van boer Braat van vreugde bij het weggaan van Achmed. Ze bleef maar naar hem zwaaien en wuifde hem bibberige kushandjes achterna. Het kan zijn, maar niemand durfde dit met zekerheid te stellen, dat ze naar haar hart greep toen Achmed de hoek bij het eind van de gang omsloeg. Een Portugese schoonmaker, Stultus, meende haar te horen rochelen en dacht dat hij ‘Achmed, Achmed, wo bleibst du’ hoorde kreunen. Nu was het werkelijk hommeles in Oudegrap. De Oude Oudegrappers gingen vrijelijk tekeer tegen de Nieuwe Oudegrappers. De boeren die teveel stonken om door welke show dan ook aan de vrouw geholpen te worden, wierpen rotte eieren op de pui van bakker Mo. Ze haatten Mo niet eens zozeer als wel diens zoon Achmed. “Gore wijvendief”, brulden ze terwijl ze eigenlijk ‘Gore ouwewijvendief’ bedoelden en diep in hun hart beseften dat zij zelfs in hun zondagse kloffie nog geen enkele kans op die dames hadden. Boer Braat maakte zich nog de meeste zorgen. Dat Achmed zich aan zijn moeder bezondigde, alla, dat moest kunnen. Alleen had hij van Krelis, kroegbaas, burgemeester, politieagent, rechter, advocaat, vakbondsleider van aspergestekers, hoofd van de Sociale Dienst en tevens notaris die ging over de erfenis van de moeder van boer Braat, vernomen dat de moeder van boer Braat haar volledige nalatenschap in de bouw van een moskee wilde steken.

 

Oudegrap, Ledelich

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten