“Wanneer ben je uitgerekend”, vroeg Barbarella zakelijk. “25 december”. “Mijn, God! Een Jezuskindje! Dan zal het kind hoogst onwaarschijnlijk met een aardbeienneus ter aarde komen. Een blonde kuif lijkt me dan ook geen mogelijkheid. Je moet eerder aan zoiets als een doornenkroontje denken. En, o ja, het is wel zo handig als je wat zalf in de buurt hebt om eventuele wondjes aan handen voeten te behandelen. Eén ding wist Barbarella echter wel zeker: van een onbevlekte ontvangenis was geen enkele sprake. Boer Braat klompte de Oude Herberg binnen. Minachtend keek Barbarella hem aan. Niet veel later verscheen Achmed en haar gezicht klaarde op. Hij had toch wel een lekker kontje, die Achmed, en een vlotte babbel waarmee hij de vrouwen uit het dorp gemakkelijk uit de kleren wist te lullen.Toch had Barbarella de laatste tijd het gevoel dat ze een beetje buiten zijn doelgroep viel, misschien vanwege haar zwangerschap. Het lag een ietsepietsje anders. Omdat hij inmiddels wel alle jonge vrouwen en dames van middelbare leeftijd had gehad, stortte hij zich op de geriatrie en ontpopte zich als het ware tot de loverboy van het lokale bejaardentehuis. Ira, de voormalige paaldanseres, ondersteunde hem door de financiën bij te houden en ook Stultus verdiende er een licht besmeerde boterham mee door Achmed op een rolstoel van kamer naar kamer te chauffeuren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten